Biltse Motorrijders Vereniging
Denk je aan schietsport, dan denk je vaak het eerst aan vuurwapens zoals pistolen, revolvers en geweren. Aan de jacht op wild, gevogelte en criminelen. Aan het kleiduivenschieten en - een stukje terug in de tijd - eventueel nog aan het Wilde Westen. Maar dat schietsport zoveel méér is dan dat, probeer ik op deze pagina kort en bondig uit te leggen. Op zich al een hele uitdaging voor mij...
Maar éérst een heel klein stukje van mijn geschiedenis. Terug naar de vorige eeuw: 1992... Natuurlijk ben ik dienstplichtig geweest en heb een heel jaar ons land mogen dienen. De eerste zes weken in Ossendrecht waar ik werd opgeleid tot Landrover-chauffeur, weinig spectaculair te noemen behalve dan het periodiek rondcrossen door de Brabantse bossen in een massief stalen Jeep-kloon en het scherpschieten met de "Uzi" op de "100 meter"-baan, wat mij blijkbaar verrassend goed af ging want de majoor bood mij een sniper-opleiding aan. Dit aanbod toch maar afgeslagen want ik zag mijzelf onmogelijk úren gecamoufleerd stil liggen in het gras of waar dan ook. Bovendien vond ik het rijden veel te leuk.
Daarna werd ik "gelegerd" in Utrecht om tot officiers-chauffeur opgeleid te worden. Vijf weken later moest ik bij de chef komen want een brigade-generaal op de Knoop-kazerne was op zoek naar een vaste chauffeur en hij had goede verhalen gehoord uit de staf in Den Haag. Ik dus naar de Knoop om mij bij hem te melden en vervolgens meteen proef te draaien gedurende een week. Aan het eind van dag één was het hem duidelijk: correcte houding, punctueel, integer èn een prettige rijstijl... Wat hem betreft mocht ik blijven, bovendien was er de denkbeeldige klik. En zo kwam ik op plekken die voor andere soldaten taboe bleven, kon ik gratis eten in de officiers-mess (lekkerder eten èn persoonlijke bediening), aanwezig zijn op feestjes, terrein-rijden met de VW Passat tijdens een bezoek in de natte bossen rondom de Harskamp (en ja, vast komen te zitten! En losgetrokken worden door zo'n oersterke Landrover...) en schieten met het nieuwste dienstpistool: de Glock 17. Grotendeels van kunststof gemaakt en dus lekker licht in de hand. Ook een memoriabele ervaring.
Járen later - in 2005 - bekroop me de interesse om me te gaan verdiepen in de schietsport, maar ja, in welke vorm en prijs? Dus nadat ik wat informatie had verzameld over het met vuurwapens schieten - dat heeft in eerste instantie tóch de grootste aantrekkingskracht -, heb ik een afspraak gemaakt met een schietvereniging in de nabije omgeving voor een nadere kennismaking. Nu is de ene vereniging de andere natuurlijk niet, maar dáár hing geen prettige sfeer en het macho-gevoel overheerste te sterk. Hm, geen club voor mij...
Nog afgezien van de negatieve sfeer, werd mij subtiel medegedeeld dat de kosten in het eerste jaar aanzienlijk kunnen oplopen. Je dient namelijk eerst een aantal inschrijvingsformulieren in te vullen, vergezeld van een aantal geldelijke bijdragen zoals natuurlijk het aspirant-lidmaatschap van de schietvereniging (bijna 300 Euro inclusief het lidmaatschap van de Koninklijke Nederlandse Schutters Associatie oftewel de KNSA), het lesmateriaal van twee verplichte cursussen voor ieder nieuw aspirant-lid (50 Euro), de speciale veiligheidskleding (minimaal 150 Euro) en natuurlijk de munitie en schietkaarten wat je per avond verbruikt. Dus zo'n 500 Euro ben je zowiezo er aan kwijt, en dan heb je nog geen één kogel afgevuurd. Bovendien wist ik niet of ik deze tak van schietsport wel echt leuk zou vinden. Tijd om het op een iets voordeliger vlak te gooien en internet werd wederom geraadpleegd.
Ik kwam uit op schietvereniging Willem Tell in Zoelmond en maakte een afspraak voor een bezoekje, de eerstvolgende vrijdagavond. Bij binnenkomst werd ik hartelijk welkom geheten door een vrolijk gestemd gezelschap in de leeftijd van 30 tot 80. De vereniging bestaat sinds 1961, oorspronkelijk ontstaan in de kroeg (na de zondagse kerkdienst)... Men heeft vrijwel iedere vrijdagavond een oefenavond, waarbij ieders geschoten punten worden bijgehouden zodat je je ontwikkeling kunt volgen over langere tijd. Daarnaast participeer je in een onderlinge competitie en aan het eind van het seizoen, kun je dus een beker winnen, per klasse. Maar tevens is er een competitie tussen verscheidene verenigingen in de regio (totaal 9) die samen de de Betuwse Schietfederatie vormen, oftewel de BSF, en volgens een eigen opgesteld regelement wedstrijden houden. Dit heeft overigens geen binding met de landelijke KNSA. Tijdens mijn prettige kennismaking met deze vereniging, mocht ikzelf ook het geweer ter hand nemen - onder begeleiding uiteraard - en dat was nog best (in)spannend, met een score van 86. Niet slecht voor een eerste keer...
Men schiet met zogenaamde luchtgeweren (luchtbuksen) waarbij je gecomprimeerde lucht gebruikt om de munitie te verschieten. Maar lang niet iedere luchtbuks is ook geschikt om op competitieniveau mee te schieten. De gebruikte geweren dienen als match-geweer te zijn gefabriceerd met de kleinst mogelijke toleranties, zodat variaties in je resultaten puur op de schutter kunnen worden afgerekend. De fabrikant produceert en stelt ieder geweer dusdanig af dat wanneer er op 10 meter afstand 10 keer mee geschoten wordt, er slechts één gat van 5mm in de roos zichtbaar is: van het eerste schot. De andere 9 kogeltjes zijn nagenoeg door hetzelfde gaatje gegaan.
Volgens de Wet Wapens en Munitie (Circulaire Wapens en Munitie (bijlage 1 en 2)) is dit luchtgeweer ingedeeld in de wapencategorie IV waarvoor geen vergunning voor vereist is - de officiële benaming is vrijstelling - mits men meerderjarig is. Is men minderjarig dan dient men lid te zijn van een schietvereniging. De munitie die voor dit luchtgeweer wordt gebruikt, is niet in de WWM geregeld of gecategoriseerd. Overigens is er ook nog het een en ander te lezen in een speciale factsheet met informatie voor sportschutters.
Overigens, speelgoed-/lucht-/gas-/veerdrukwapens en airsoft-guns die zó sterk lijken op echte vuurwapens dat zij voor dreiging geschikt zijn, vallen in wapencategorie I en zijn ongewenste en verboden wapens. In veel landen kunnen dit soort replica's zonder moeite worden aangeschaft, en zijn vooral populair onder jongeren omdat het stoer staat? In Nederland overtreed je met het voorhanden hebben (het kunnen beschikken over) hiermee de wapenwet en ben je strafbaar. Word je gepakt hiermee, dan word het nepwapen in beslag genomen en heb je een strafblad. Ook dát zal best wel stoer staan...
Er bestaan drie geweeruitvoeringen. De eerste variant heeft een spanner (vaak aan de zijkant) die je met de hand bedient, waarbij de lucht bij het openen van de spanner wordt aangezogen die bij het sluiten van de spanner m.b.v. een ventiel en zuiger wordt gecomprimeerd. Hoewel dit mechanisme relatief licht is te bedienen, merk je meestal na zo'n 20 schoten wel wat vermoeidheid in je rechtarm... De aanschafprijs van een gebruikt geweer varieert van 300 tot 600 Euro, afhankelijk van uitvoering, bouwjaar en algehele staat.
Deze FWB-601 heb ik medio 2006 overgenomen van een andere BSF-schutter voor 400 Euro. Het geweer was toen al 20 jaar oud, maar schiet nog perfect.
Iedere vereniging heeft een aantal geweren wat ieder lid mag gebruiken tijdens een clubavond of wedstrijd. Het hebben van een eigen geweer biedt het grote voordeel dat je het geweer helemaal naar je eigen smaak en op de details van je schiethouding kunt afstellen. En bijna álles is aanpasbaar: de schouder- en wangsteun, de diopter (kijker), de iris (doorkijkring) van de korrel en de gehele trekkergroep. Met een voor/door jou perfect afgesteld geweer, schiet je het prettigst en vaak ook de beste scores.
De tweede variant (2 foto's) heeft geen spanner maar een persluchtcylinder die je vooraf hebt gevuld met lucht tot ongeveer 220 bar. In het geweer zit een regelventiel die ervoor zorgt dat bij het laden van de munitie, de luchtkamer gevuld wordt met de lucht uit de persluchtcylinder. Ook zorgt het ventiel ervoor dat er een werkdruk is van ongeveer 50 bar, daarom word het ventiel meestal aangeduid als reduceerventiel. Met een volle cylinder kan ongeveer 300 keer geschoten worden, ruim voldoende voor 20 schietbeurten van ieder 15 schoten. Het grote voordeel van met perslucht schieten, is dat je geen krachtinspanning meer hoeft te leveren bij het herladen, waardoor je meer rust houdt in de spieren wat weer voor een grotere en langere controle over je lichaamshouding zorgt. Tegenwoordig zijn vrijwel alle nieuwe luchtgeweren van grote merken als Feinwerkbau, Walther, Hämmerli en Steyr voorzien van een persluchtcylinder, die je bijvoorbeeld kunt laten vullen bij gerenommeerde sportwapenwinkels, duikscholen of brandweerkazernes voor slechts een paar Euro. De aanschafprijs van een nieuw persluchtgeweer in "match"-uitvoering start bij 800 Euro (soortgelijk als de afgebeelde Walther) tot - afhankelijk van merk en uitvoering (zoals van exotische metaallegeringen zoals de afgebeelde Steyr) - enkele duizenden Euro's.
De derde variant (zonder foto) maakt gebruik van CO2-patronen (12 of 88 grams) die in/aan het geweer geschroefd worden. Ook hier verzorgt een regelventiel de luchtkamervulling. Dit type geweer wordt nauwelijks gebruikt binnen de BSF omdat het (broeikas)gas de vervelende eigenschap heeft erg temperatuurafhankelijk te zijn. Hoe kouder het gas, hoe trager de expansie en hoe lager de mondingssnelheid is. De schutter dient er dus rekening mee te houden, dat zijn munitie steeds iets lager uitkomt. Aanschafprijs zoals van de persluchtversie.
De wedstrijden worden geschoten met diabolo-kogeltjes met een diameter van 4,5mm (kaliber .177) en een gewicht van 0,53 gram. Hierbij is het erg belangrijk dat ieder kogeltje van exact hetzelfde formaat en gewicht is. Afwijkingen hiervan resulteert in een afwijkende kogelbaan (uitleg op Wikipedia) wat funest is voor een mooi resultaat. Een topkwaliteit kogel voor de wedstrijden zijn deze van RWS;
De Meisterkugeln zijn al perfect maar wanneer de standaard 4,5mm net wat te strak zit, kun je voor de R10 4,49mm of 4,48mm kiezen. De platte kop zorgt voor mooie ronde gaatjes in de schietkaarten. Een bolle kop bijvoorbeeld geeft rafelige gaatjes wat een nauwkeurige puntentelling onmogelijk maakt. Bovendien kan het gebruik van verkeerde kogeltjes, de loop van het geweer onherstelbaar beschadigen.
Oftewel de snelheid van de kogel op het punt dat de kogelbaan begint. De druk in de luchtkamer van het geweer bedraagt ongeveer 50 bar wat de kogel een mondingssnelheid geeft van 175 meter per seconde (630 km/u). Hierbij maakt het geen verschil of je met gewoon lucht, perslucht of CO2 schiet. Ook de omgevingstemperatuur heeft geen merkbare invloed op deze snelheid, tenzij het -20 graden Celsius is...
De BSF heeft o.a. bepaald dat de schietbaanafstand 9 meter bedraagt en er een knielende zithouding moet worden aangenomen. Overigens is de nationale en internationale baanafstand 10 meter, maar omdat een aantal schietverenigingen in de BSF-competitie niet de mogelijkheid heeft om een 10m-baan op te zetten, is hier gekozen voor een 9m-versie. Nou ja, die ene meter maakt geen wereld van verschil.
Nu we de afstand en snelheid weten, kunnen we ook redelijk eenvoudig berekenen hoe lang (kort) het kogeltje er over doet om zijn doel te bereiken, en wel de tijd waarop de schutter geen enkele invloed kan uitoefenen, dus gerekend vanaf de loopmonding. Door de afstand te delen door de snelheid (9 ÷ 175) krijgen we de absolute tijdsduur: 0,0514 seconde bij gelijkblijvende snelheid, maar omdat luchtweerstand zorgt voor een afname van de snelheid, dan komen we iets hoger uit maar veel meer dan 0,06 seconde zal het niet zijn.
Er zijn velerlei soorten en formaten schietkaarten in de handel verkrijgbaar die voor een groot aantal schietdisciplines gebruikt worden. Zo zal je met bijvoorbeeld een groot kaliber geweer op een 300m-baan een andere kaart gebruiken dan met een pistool op een 25m-baan. In de discipline die ik schiet, word een kaart gebruikt die totaal 14cm x 14cm meet, voorzien is van 5 doelen die ieder een diameter hebben van 45mm. Ieder doel telt 9 ringen en een roos die allen een onderlinge afstand hebben van 2,5mm en waarbij de roos zèlf 0,5mm groot is. De puntentelling loopt van 1 punt (buitenste ring) tot en met 10 punten (roos). De buitenste drie ringen zijn blanco (kaartkleur), alles wat daarbinnen valt heeft een zwarte achtergrondkleur.
Echter op een afstand van 9 meter zijn de ringen niet eens meer zichtbaar en is het zwarte doel (diameter 30mm) slechts waarneembaar als een vlek. Hoe goed je het doel uiteindelijk ziet, is afhankelijk van de kwaliteit van je ogen maar ook van de gekozen irisgrootte in de korrel, de afstelling van de diopter, de houding van jezelf èn je geweer en tot slot de belichting van de kaart (geregeld door een dimmer). Ikzelf zet de lamp zo fel mogelijk, andere schutters prefereren een sfeervoller lichteffect. Het doel linksboven is de zogenaamde proefroos en deze gebruik je desgewenst om dus een proefschot te lossen, om je schiethouding en/of de geweerafstelling te controleren. Ikzelf gebruik de proefroos niet of nauwelijks. Tijdens een wedstrijd krijg je drie kaarten die voorzien zijn van je naam (en dus als puntenkaarten gelden) en één proefkaart die je in z'n geheel kunt misbruiken. Per wedstrijd schiet je dus in totaal 12 doelen, maximaal 10 punten per doel oftewel 120 punten.
Zoals reeds vermeld word in onze competitie de knielende zithouding gehanteerd, die iets afwijkt van de standaard houding. Wij zitten op hele lage krukjes of hardgevulde kussentjes, op een hoogte van slechts 20 tot 30cm. Ben je rechtshandig, dan zet je je linkervoet kort voor je neer, laat je je linkerelleboog kort voor de knie rusten en ondersteun je het geweer met de hand. De rechtervoet leg je schuin achter je neer waarbij desgewenst het onderbeen en/of de enkel op een kussen mag rusten. De linkshandigen doen het precies andersom. Voor de rest is iedere schutter vrij in de persoonlijke voorkeuren van deze schiethouding en mag er tevens gebruik gemaakt worden van hulpmiddelen zoals speciale schietkleding, schouderriem, handschoen, schietbril, petje of juist een exact op maat gemaakt krukje e.d. zolang de voorgeschreven schiethouding gehanteerd blijft. Wat bijvoorbeeld niet wordt toegestaan, is de ondersteunende hand bijna op de knie leggen zodat er eigenlijk sprake is van opgelegd schieten, wat veel stabieler is en dus op een makkelijke manier aan een hoog puntenaantal gekomen kan worden. Gelukkig gebeurt dat zelden want feitelijk heb je uiteindelijk alleen jezelf ermee.
De kogelbaan (de combinatie van snelheid, luchtweerstand en zwaartekracht) zorgt ervoor dat de "drop" (de afstand tussen de roos en de daadwerkelijke inslag) op 9 meter afstand zo'n 16mm is, maar aangezien dit reeds "verholpen" is voordat het geweer de fabriek verliet, hoeven we ons hierom geen zorgen te maken. Waar we ons wèl om moeten bekommeren is de schiethouding want hoewel identieke geweren een identiek schietbeeld hebben, zijn de verschillen tussen schutters en hun schiethouding gigantisch.
Tijdens de oefenavonden kun je je schiethouding en -techniek verbeteren. Wanneer je iets hoger of lager gaat zitten of je je voet rechter of juist meer gedraaid neerzet, bij iedere kleine verandering wijzigt ook de houding van je geweer. Wanneer je een paar schoten lost, zie je dat de treffers ook verplaatst zijn en zal je steeds kleine correcties aan de diopter moeten doen om dichter bij de roos te komen. Aan de diopter zitten twee stelknoppen voor het bijstellen naar links/rechts en naar boven/beneden. Zitten de treffers iets linksboven de roos, dien je de stelknop dus iets naar links en iets naar boven te draaien. Wanneer je vervolgens weer op de roos richt, zal het geweer iets meer naar rechts en iets meer naar beneden gericht zijn. Deze correcties zijn minimaal aangezien je de stelknoppen per klik kan verdraaien. Iedere klik komt overeen met een verplaatsing op de schietkaart van slechts 0,5mm. De afwijking van mijn geweer als gevolg van mijn iets andere houding dan die van de vorige eigenaar, zorgde ervoor dat (na een aantal schietbeurten van zowel mijzelf als van één van de beste schutters van onze club) de schoten 4mm te ver naar links en 2,5mm te hoog op het doel terecht kwamen. De correctie werd dus in totaal 8 klikken "L" (links) en 5 klikken "O" (oben/boven) om 'm perfect te krijgen. Is de afstelling eenmaal goed, dan blijf je er vanaf.
De 9 verenigingen schieten allemaal tweemaal tegen elkaar (eenmaal "thuis" en eenmaal "uit"), totaal dus 16 wedstrijden. Om als individueel schutter mee te dingen naar een prijs, moet men minimaal 13 wedstrijden hebben geschoten. Mijn club heeft als enige de vrijdagavond als clubavond, de rest schiet op andere doordeweekse avonden. Hierdoor gebeurt het af en toe dat ik een wedstrijd moet missen, maar in de afgelopen jaren heb ik toch altijd aan minimaal 13 wedstrijden deelgenomen.
Het mes snijdt aan twee kanten want tijdens een wedstrijd, schiet je zowel voor je eigen resultaat als dat voor jouw vereniging. Iedere vereniging moet met minimaal drie schutters per klasse uitkomen, om niet gediskwalificeerd te worden. Van iedere wedstrijd wordt per klasse en per vereniging het gemiddeld geschoten punten berekend en hiermee dus ook de winnaar bepaald. Afgezien van het persoonlijke resultaat, krijgen de verenigingen per gewonnen klasse 2 verenigingspunten, bij gelijk spel (wat sporadisch voorkomt omdat er tot op twee decimalen wordt gerekend) 1 punt en bij verloren geen punten.
Bij aankomst beginnen we (ik) met een (alcoholvrij) biertje aan de bar om te ontspannen. Bij aanvang van de wedstrijd, neem ik de vier schietkaarten in ontvangst (1 proefkaart en 3 puntenkaarten) en neem ik alle tijd om mezelf in de lekkerste schiethouding te hijsen. Eerst schiet ik meestal twee doelen op de proefkaart en wanneer ik een goed gevoel erbij heb (2 tienen dus) haal ik de proefkaart vroegtijdig terug en ga meteen door met de puntenkaarten. Overigens worden er vrij soepele afspraken tussen de tellers gemaakt waardoor een kapot geschoten 9-lijn tóch als een 10 geteld wordt, zolang de 8-lijn intact is gebleven. Nou heb ikzelf hierover een andere mening en gebruik mijn ècht geschoten punten als leidraad voor de eigen ontwikkeling. Echt geschoten is echt verdiend... Maar goed, het resultaat van de laatste wedstrijd (1 april 2011) zien er dan dus zó uit ("mijn puntentelling" in rood vermeld);
Zoals je ziet heeft de teller mijn missers van schot 1, 2, 6 en 12 beoordeeld met "voordeel schutter" zoals dat genoemd wordt. In het schietregister is het puntentotaal van 116 genoteerd (120 minus 4 mis), terwijl ikzelf een totaal van 112 hanteer. Maar dat is ook mooi !...
Je wordt ingedeeld aan de hand van je behaalde schietgemiddelde van het afgeronde seizoen (september - mei). Per wedstrijd schiet je
dus drie kaarten en kun je maximaal 120 punten behalen. Er zijn vier klassen bepaald;
C-klasse: 0 t/m 99 punten
B-klasse: 100 t/m 104 punten
A-klasse: 105 t/m 109 punten
Hoofdklasse: 110 t/m 120 punten
In het eerste jaar was ik C-klasse schutter, hier begint iedere nieuwe schutter. Omdat aan het einde van het seizoen mijn gemiddelde al ruim in de 106 komma nogwat zat, plus doordat de A-klasse van de vereniging nogal dungezaaid was, werd door het bestuur bij de BSF dispensatie voor mij aangevraagd. Dat werd goedgekeurd en dus promoveerde ik voor het nieuwe seizoen meteen door naar de A-klasse. Het seizoen daarna schoof ik weer een trede door naar de Hoofdklasse-schutter met gemiddelden als 110,25 en 111,15. In de afgelopen jaren ben ik beloond met een aantal bekers waar ik toch ook wel trots op ben. In mei 2011 hoop ik een gemiddelde behaald te hebben van rond de 112. Overigens kan er nooit gedegradeerd worden naar een lagere klasse en word het winnen van bekers een steeds grotere uitdaging.
Een goede zithouding en een scherp oog zijn noodzakelijk om überhaupt een kans te hebben ergens het doel te raken, maar het verschil tussen een mooi schot en een perfect schot zit 'm in de details. En dan bedoel ik je lichaamsbeheersing en de timing. Lichaamsbeheersing omvat een ontspannen zithouding en rust in de spieren. Even een uurtje tussen werk en schieten in de sportschool om wat krachttraining te doen, is funest voor een goed resultaat op de schietkaarten (eigen ervaring). Of wanneer je een zwaar beroep hebt, zal je alvorens je naar de schietclub gaat toch eerst voor een ontspannen lichaam moeten zorgen. Stress doet ook geen goed. Sex? Geen idee, nooit geprobeerd (vooraf)...
Timing is iets wat je moet leren. Ook al heb je een perfecte zit en zijn de spieren volledig onder controle, toch beweeg je het geweer altijd een beetje, wat wordt veroorzaakt door je hartslag en ademhaling. De eerste kun je niet even pauzeren, de tweede gelukkig wel. Om de pulserende beweging van het hart in de aderen zoveel mogelijk te voorkomen in een beweging van het geweer, kun je bijvoorbeeld een dikke trui of (leren) jas aantrekken. Bij mij helpt dat voldoende, maar helemaal weg is het nooit. Er blijft altijd wel iets beweging merkbaar, meestal een horizontale beweging die op het doel (bij mij) een uitslag teweeg brengt van ongeveer 1 cm vanuit de roos gerekend.
Je ademhaling geeft ook een beweging in het geweer, meestal een vertikale van dezelfde grootte. Door nu enkele seconden voordat je het schot wilt gaan maken, de adem in te houden, hef je deze vertikale beweging tijdelijk op. Maar dan nog is het erg lastig het juiste moment van de trekker overhalen te bepalen. Je moet het kúnnen door alle technieken te beheersen, en dúrven door die kans te grijpen. Dat dúrven duurde bij mij te lang. Ik wachtte te lang met het schot te maken omdat wellicht toch een fractie later schieten een nóg beter resultaat kon geven. Maar ja, áls je dan eindelijk het schot wilt lossen, blijk je iets te lang te hebben gewacht met ademhalen en dus is je kans voorbij. Erg frustrerend moet ik zeggen. Gelukkig beheers ik de technieken dusdanig dat de tijd tussen aanleggen, richten, timing en het schot allemaal binnen de 10 seconden gebeurt.
Wanneer je een wedstrijd bezig bent, heerst er altijd een bepaalde spanning in je. Je staat op scherp en je bent helaas ook weer snel afgeleid doordat meestal de tegenpartij-schutter een meter naast je ook zit te schieten. Dat weet die schutter ook en sommigen misbruiken het moment en proberen jou af te leiden of op z'n minst uit je concentratie te halen, uiteraard rondom het moment waarop jij je schot wilt gaan lossen. Ineens in zichzelf gaan praten, hoesten, kuchen, neuriën, boeren en scheten laten... Ik ken ze allemaal en meestal laat ik me niet van de wijs brengen, maar soms lukt het me niet om in een gedegen concentratie te komen en te blijven, wat dan resulteert in een te vroeg/laat schot wat dus meestal niet op de gewenste plek terecht komt. Zoiets noemt men dan een afzwaaier. Jammer maar helaas. C'est la vie !
Momenteel heeft Schietvereniging Willem Tell nog geen website. Voor meer informatie kun je wel terecht op de website van SV 't Vosje in Wadenoijen. Hier kun je ook de adressen van alle BSF-schietverenigingen en de wedstrijdkalender vinden.